Regenwater opvangen in een regenton

De functie van een regenton

Tijdens flinke regenbuien kun je water opvangen met een regenton. Het voordeel is dat je zo altijd water op voorraad heb voor je tuin of als je de auto gaat wassen of de ramen gaat lappen. Dit bespaart je een hoop kosten op de waterrekening. Bovendien is het opvangen van regenwater goed voor het milieu en voor de planten en bloemen in de tuin. Regenwater bevat namelijk bijna geen kalk, in tegenstelling tot grondwater, waardoor planten en bloemen er voordeel van hebben.

Veel regentonnen hebben een ouderwetse look, dat sfeer geeft in de tuin: een stenen of houten regenton bijvoorbeeld. Moderne regentonnen kun je aansluiten op een regenpijp en hebben een vulautomaat, waardoor de ton niet kan overstomen. Via de goten en de regenpijp leidt je het regenwater naar de regenton, waar het wordt opgevangen. De meeste regentonnen hebben een inhoud van vijftig tot driehonderd liter en worden afgesloten met een deksel. De deksel dient ervoor dat er geen insecten bij het water kunnen.

Als je een regenton optimaal wil gebruiken, is het slim om met regelmaat het regenwater af te tappen uit de ton met een regenton kraan. Een regenton heeft namelijk onderaan een kraantje, waaronder je een gieter kan zetten om zo het water af te tappen, om bijvoorbeeld de planten van regenwater te voorzien.

Het ontstaan van regen

Regen is een vorm van neerslag, net als sneeuw en hagel. Het wordt ook wel hemelwater genoemd. Kleine regendruppels zijn bolvormig en vallen minder snel dan grote regendruppels. Dit lijkt logisch aangezien ze minder zwaar zijn, maar de oorzaak is anders. De luchtweerstand in kleine druppels is namelijk relatief groter, waardoor ze minder snel uit de lucht vallen dan grote druppels. De druppels ontstaan in wolken door condensatie. Dit is het geval als warme en vochtige lucht afkoelt tot onder het dauwpunt. Hoe hoger het dauwpunt, hoe meer kans op onweersbuien. Neerslag ontstaat als de druppeltjes in een wolk groter worden, zodat ze door de wolk heen kunnen en op de grond komen in de vorm van motregen of stortregen.