Wordt thuis fitter op de loopband

Of je nu calorieën wilt verbranden, wilt trainen voor de volgende wedstrijd of gewoon je hoofd leeg wilt maken: op een loopband kun je effectief jouw conditie in de woonkamer verbeteren en in de winter hoeft je niet in het donker buiten te rennen. In plaats daarvan loop je op een vlakke ondergrond die licht verend is en daardoor ook goed voor de gewrichten is.

De loopbanden hebben een motorvermogen van 1 tot 4 pk, die de band kan aandrijven tot snelheden van iets meer dan 20 km/u. Bij veel modellen kun je kiezen tussen vooraf geïnstalleerde programma's, waarmee je specifiek jouw fitnessniveau kunt regelen. Je kunt bijvoorbeeld intervaltraining doen met verschillende snelheidsniveaus of bergwandelingen simuleren met de instelling van de loophoek.

Inhoudsopgave

Hier moet je letten bij loopbanden
Geschikte loopbanden voor joggers en professionele renners
Tips voor het instellen en onderhouden van jouw loopband
Trainingstips: start goed en verhoog de training

Hier moet je letten bij loopbanden

Demping, hellingshoek en programma’s - dit zijn zaken waar je op moet letten als je een loopband wilt kiezen die past bij je behoeften en individuele trainingsdoelen. We laten je daarom zien welke belangrijke criteria je in overweging moet nemen bij de aankoop van een loopband.

Het loopvlak: genoeg ruimte voor jouw stappen

De loopband moet trillingsdempend zijn en voldoende ruimte hebben, zodat je er vrij op kunt bewegen. In het algemeen geldt dat hoe groter de loper en hoe hoger het tempo, hoe groter het loopvlak moet zijn. Als je stevig op een loopband loopt, is een oppervlakte van ongeveer 45 cm breed en 120 cm lang voldoende. Voor snelle lopers met lange benen, moet de loopband minstens 50 cm breed en ongeveer 140 cm lang zijn. Let ook op het maximale gebruikersgewicht, dat is aangegeven door de fabrikant. Veel modellen kunnen tot 150 kg dragen.

Hellingshoek voor jouw bergtraining

Bij veel loopbanden kun je de hellingshoek met één druk op de knop aanpassen. De loopband gaat tot 15% op sommige modellen aan de voorkant omhoog, waardoor een helling wordt nagebootst. Het rennen naar boven traint je laterale bilspieren en dijen. Het is handig als je de hellingshoek tijdens het lopen kunt aanpassen. Het wordt aanbevolen om de loopband altijd op een helling van 1% te zetten om de natuurlijke omstandigheden buiten na te bootsen, zoals tegenwind, kleine klimmetjes en de inspanning die nodig is om vooruit te komen.

Demping om je gewrichten niet te zwaar te belasten

Ter bescherming van de gewrichten zijn de loopbanden voorzien van een dempingssysteem. Hiervoor worden rubberen stukken op de loopband plaat geplaatst, die jouw stappen effectief opvangen. Er zijn zelfs modellen waarbij je de mate van schokabsorptie kunt aanpassen.

Voldoende snelheid en motorvermogen

Veel loopbanden laten maximale snelheden toe tussen de 12 en 16 km/u. Op loopbanden met een motorvermogen van minstens 2 PK, kunnen recreatieve lopers hun conditie verbeteren en calorieën verbranden. Voor snellere lopers die trainen voor wedstrijden, moet de loopband een maximumsnelheid van 20 km/u kunnen halen. Zeer ambitieuze lopers, hebben zelfs een snelheid tot 23 km/u nodig. Als je een loopband wilt om langzaam op te lopen of te joggen, is een model dat een snelheid van 8 km/u haalt voldoende. Deze modellen hebben een motorvermogen van 1,25 PK.

Een display voor eenvoudige bediening

Zorg ervoor dat het display duidelijk geordend is. De letters en cijfers moeten in een goed contrast staan met de achtergrond, zodat je jouw prestatiewaarden gemakkelijk kunt aflezen tijdens het lopen. Het display moet weinig, duidelijk gemarkeerde knoppen hebben en gemakkelijk te gebruiken zijn. Met directe selectieknoppen en grote plus- en min knoppen, kun je eenvoudig van snelheid en helling veranderen zonder jouw loopritme te verliezen. Met een snelstartknop kan de training snel en eenvoudig worden gestart.

Apparaten met hartslagmeting

Veel loopbanden kunnen jouw hartslag meten met sensoren op de leuningen. Als je traint volgens de hartslagzones of als je jouw hartslag tijdens het hardlopen voortdurend wilt controleren, raden wij je een hartslagmeter aan die om jouw borstkas geplaatst moet worden. Zoek dan ook een loopband waarvan je de hartslagmeter aan de band kunt koppelen.

Gepersonaliseerde en gevarieerde trainingsprogramma's

Om de snelheid en de helling te variëren, hebben veel loopbanden programma's voor intervaltraining en heuvelachtig lopen. Er zijn ook vooraf ingestelde programma's voor vetverbranding en speciale programma's voor conditionering, inclusief opwarmen en afkoelen. Met zeer innovatieve loopbanden kun je een persoonlijke bovengrens instellen in de vorm van jouw individuele hartslag. Dit kun je bijvoorbeeld gebruiken als je alleen in een bepaalde hartslagzone mag trainen om gezondheidsredenen.

Een nieuwe trend in loopbanden is de simulatie van bepaalde rondes. Het is geen probleem meer om je favoriete ronde van buiten, binnen je eigen droge vier muren te lopen - in ieder geval virtueel. Volledig nieuw zijn technische hoogtepunten zoals een programmeerbare wedstrijd met vrienden en trainingspartners.

Veilige looptraining

Beginners kunnen het in het begin moeilijk vinden om een veilige grip op de loopband te vinden. Modellen met extra lange leuningen bieden je stabiliteit. Een noodstopfunctie is belangrijk: een grote rode knop of een clip die met een koord aan de loopband wordt bevestigd. Als de knop wordt ingedrukt of aan het koord word getrokken, stopt de loopband onmiddellijk. Zorg ervoor dat jouw loopband TÜV-goedgekeurd is of een GS-veiligheidskeurmerk heeft.

Geschikte loopbanden voor joggers en professionele renners

Loopbanden zijn er in vele soorten, die verschillen in hun technische kenmerken, grootte en dus ook in hun prestaties. Gebruik het volgende overzicht om het model te vinden waarmee je jouw sportieve doelen kunt bereiken.

Gebruiksvriendelijke modellen voor joggers en wandelaars

Voor beginners en als je alleen licht maar regelmatig wilt trainen, is een loopband met een motorvermogen tot 1,5 pk en maximaal vijf trainingsprogramma's aan te bevelen. Een oppervlakte van ongeveer 45 cm breed en tot 120 cm lang, is voldoende om er snel op te lopen of langzaam te joggen. Als het om gezondheidsredenen belangrijk is dat je een bepaalde hartslagzone niet overschrijdt, kies dan een loopband die zijn snelheid kan aanpassen aan jouw hartslag.

Loopbanden voor hobby wandelaars

Als je een ambitieuze hobby wandelaar bent, kun je je energie kwijt op een loopband met een motorvermogen tot 2,5 pk. Een dergelijk apparaat bereikt een snelheid tot 18 km/u en moet een loopvlak hebben van ten minste 50 cm breed en 140 cm lang. Je hebt loopbanden met maximaal 15 ingeprogrammeerde trainingsprogramma's, maar er bestaan ook loopbanden met functies zoals een bekerhouder, een audio-aansluiting en luidsprekers voor uw MP3-speler.

Professionele loopbanden

Professionele loopbanden bereiken een snelheid tot 23 km/u, met een motorvermogen van 4 pk. Bij deze snelheid neem je grote stappen, dus je hebt een loopband nodig die minstens 150 cm lang en iets minder dan 60 cm breed is. Dergelijke machines zijn uitgerust met zes schokdempers voor een hoog loopcomfort en kunnen worden ingesteld op een hellingshoek tot 16%.

De loopband computer met helder display ontvangt draadloos jouw hartslag, die wordt gemeten door jouw hartslagmeter. Zo heb je een overzicht van wanneer je traint, in welk belasting bereik en kan je het gewenste trainingseffect controleren. Extra functies zoals een circuit- en racesimulatie maken jouw workout nog spannender. Twee gebruikers kunnen met een professionele loopband hun trainingsprofiel opslaan en terug zien.

Tips voor het instellen en onderhouden van jouw loopband

Hieronder krijg je enkele tips waar je jouw trainingsapparatuur kunt plaatsen en hoe je ervoor kunt zorgen dat de loopband lang en effectief mee gaat:

  • Een geschikte plaats voor jouw loopband is in een niet vochtige ruimte. Plaats hem op een plaats waar geen direct zonlicht op de loopband schijnt, omdat dit het materiaal beschadigt.
  • Als er buren in het appartement onder jou wonen, leg dan een matje onder de loopband om het lawaai te verminderen.
  • Er zijn modellen die opgevouwen kunnen worden en rechtop tegen de muur kunnen worden geplaatst, om ruimte te besparen als je niet aan het sporten bent. Als je genoeg ruimte hebt, is een loopband met een stevig frame dat stabieler is, aan te bevelen.
  • Als de grond oneffen is, moet je de loopband met stelschroeven kunnen vastmaken om te voorkomen dat je gaat wiebelen. Dit zal ongelijkmatige slijtage veroorzaken.
  • De loopband mag niet doorhangen. Om te testen kun je de band met 5 km/u laten lopen en kijken of hij soepel loopt. Als het iets wegglijdt, draai dan de spanschroeven op het loopvlak aan.
  • Draag altijd schone loopschoenen als je op de loopband traint. Stof en vuil moeten regelmatig worden verwijderd met een vochtige doek. Gebruik geen sterke chemische reinigingsmiddelen.
  • Reinig elke twee weken de oppervlakken, het motorcompartiment en de omgeving met een stofzuiger. Controleer maandelijks of de loopband is gesmeerd door onder de rand van de loopband te kijken. Als het daar droog is, kun je de smeerlaag vernieuwen met siliconenspray.

Trainingstips: start goed en verhoog de training

Hier geven we je een paar tips over hoe je als beginner kunt beginnen met trainen en hoe je als gevorderde loper nieuwe prikkels kunt krijgen. Ook geven wij je hier wat tips over hoe je jouw loopstijl op de juiste manier kunt uitvoeren:

  • Als je nieuw bent in het hardlopen, moet je langzaam beginnen met je training. In het begin zijn twee tot drie runs per week voldoende, die 20 tot 30 minuten duren. Afhankelijk van jouw conditie kun je een pauze inlassen.
  • Verhoog de duur en de snelheid langzaam, zodat het lichaam kan wennen aan de belasting. Vergeet niet dat pezen en banden langzamer reageren op trainingen dan spieren en dat je lichaam minstens een dag nodig heeft om te herstellen na zware sessies.
  • Je moet je goed opwarmen voor elke trainingssessie. Beweeg in een langzaam tempo gedurende vijf tot tien minuten, zodat de pezen, banden en spieren zich kunnen aanpassen aan de beweging. Het einde van een trainingssessie bestaat uit een cooling-down, Waarbij je rustig uitloopt.
  • De armen vormen een hoek van ongeveer 90 graden tijdens het rennen en zwaaien in de tegenovergestelde richting van de benen. Ontspan je schouders, kijk naar voren en houd je kin ongeveer evenwijdig aan de grond. Je bovenlichaam heeft een lichte vooroverbuiging.
  • Door het tempo, de afstand en de helling in de trainingen te variëren, geeft je jouw lichaam nieuwe prikkels en kun je jouw prestaties verhogen.